Niederländisch
Sich vorstellen
Zich voorstellen - formeel
- A: Mag ik me even voorstellen? Ik ben meneer Jansen.
- A: Goedemorgen. Mag ik me even voorstellen. Mijn naam is Jansen.
- A: Goedemiddag / Goedenavond, ik ben Piet Jansen.
- B: Aangenaam, mijn naam is Bakker.
ik ben mevrouw Bakker.
ik ben Joke Bakker.
- A: Hoe gaat het met u?
- B: Heel goed, dank u wel. En hoe maakt u het?
- A: Prima, bedankt.
Zich voorstellen - informeel
- A: Dag, ik ben Jan (de Vries).
- B: Dag, ik ben Koen (de Boer).
- A: Hallo, ik heet Jan.
- B: Dag Jan. Leuk je te leren kennen. Ik ben Koen.
- A: Hoe gaat het met je?
- B: Goed, dank je. / Niet zo best. / Het gaat wel.
[zuletzt aktualisiert: 07.06.02] .......... © 1999-2002 Caasn | Post@Caasn.de