Das Adjektiv (= het bijvoeglijk naamwoord)
Adjektive können attributiv, prädikativ und adverbial verwendet werden. In den letzten beiden Fällen bleibt das Adjektiv undekliniert:
Bsp.:
De kamer is groot.
Zij spreekt heel goed Engels.
An attributiv verwendete Adjektive wird die Endung -e angefügt:
Bsp.:
een leuke kamer nieuwe fietsen die aardige vrouw Vlaamse kunst mijn leuke zus het mooie kind
Zu dieser Regel gibt es einige Ausnahmen:
- Adjektive, die ein sächliches Substantiv im Singular beschreiben und denen kein Determinator (= Bestimmwort) oder eines der Wörter
een, geen, menig, ieder, elk, zeker, wat, veel, weinig, een beetje, zo'n, wat (voor) een, een of ander, genoeg, welk
vorangeht, bekommen keine Endung.
Bsp.:
een mooi kind heel wat rijp fruit geen goed nieuws vies weer wat een leuk huisje! menig interessant boek
- Unverändert bleiben außerdem:
a) Adjektive, die auf -a, -o, -e, -en, -é, -i oder -y enden:
het prima antwoord het beige hemd het open raam ontevreden mensen het privé feestje een corduroy broek
b) Adjektive, die von Stoffbezeichnungen abgeleitet sind:
wol - wollen - een wollen jas katoen - katoenen - het katoenen hemd goud - gouden - een gouden ring hout - houten - de houten emmer een plastic zakje nylon kousen aluminium buizen
c) Adjektive, die von Ortsnamen abgeleitet sind und auf -er enden:
Edammer kaas Deventer koek Groninger koek
d) Attributiv verwendete Partizipien des Perfekts (siehe Lektion 9), die auf -en enden:
bakken - gebakken - ik hou niet van gebakken spek lezen - gelezen - de nog niet gelezen boeken staan in de tweede kast
Alle anderen 2. Partizipien erhalten jedoch im attributiven Gebrauch die Endung -e:
verbranden - verbrand - verbrande documenten vergroten - vergroot - vergrote foto's
e) Adjektive, die mit einer Ordinalzahl beginnen:
eerstejaars studenten Nederlands
de tweedehands auto
een derderangs toneelspeler Rechtschreibung:
Bei dem Anfügen der Endung -e ist auf die für die Erhaltung der Vokallänge notwendigen Rechtschreibregeln und auf den Wechsel zwischen /f/ und /v/ bzw. /s/ und /z/ zu achten (siehe Aussprache und Rechtschreibung):
rood - rode wijn wit - witte wijn leeg - een lege fles knap - een knappe jongen lief - een lieve meid scheef - de scheve toren van Pisa boos - het boze kind grijs - een grijze broek
Ausnahmen:
Fries - de Friese taal Chinees - de Chinese cultuur
Substantivierte Adjektive:
Die Deklinationsregeln für attributiv gebrauchte Adjektive gelten im Allgemeinen auch für substantivierte Adjektive:
Bsp.:
Wat voor huis heb je gekocht? Een wit of een rood? Wat voor stoelen heb je gekocht? Moderne of ouderwetse?
Jedoch: Werden 2. Partizipien von unregelmäßigen Verben als Substantive verwendet, so erhalten sie die Endung -e auch dann, wenn sie auf -en enden.
Bsp.:
Wil je dit onbeschreven blad of wil je het beschrevene? Eet je liever dat gebakken ei of dat ongebakkene?
Beziehen sich substantivierte Adjektive auf Personen, so erhalten sie im Singular die Endung -e und im Plural die Endung -en:
Bsp.:
Heb medelijden met deze zieke. Deze volwassenen houden allen van klassieke muziek.
In Verbindung mit
iets, velerlei, allerlei, wat, veel, weinig, meer, minder, genoeg, voldoende, wat voor
erhalten viele substantivierte Adjektive ein Beugungs-s:
Bsp.:
Wat heb je daar voor moois aan?
Beachte folgenden Unterschied zwischen dem Deutschen und dem Niederländischen:
Beide lieben Musik - Beiden houden van muziek. Beide Kinder schlafen - Beide kinderen slapen.
[zuletzt aktualisiert: 07.06.02] .......... © 1999-2002 Caasn | Post@Caasn.de