Niederländisch

Die Präsensformen


 

  Infinitiv kopen draaien worden leven eten
ik Stamm koop draai word leef eet
jij (je) Stamm + t koopt draait wordt leeft eet
hij Stamm + t koopt draait wordt leeft eet
zij (ze) Stamm + t koopt draait wordt leeft eet
het Stamm + t koopt draait wordt leeft eet
wij (we) Infinitiv kopen draaien worden leven eten
jullie Infinitiv kopen draaien worden leven eten
zij (ze) Infinitiv kopen draaien worden leven eten
u Stamm + t koopt draait wordt leeft eet



Eine kurze Bemerkung zu den Personalpronomen in dieser Tabelle: Die Formen in den Klammern können statt der normalen Formen verwendet werden, wenn das Pronomen nicht betont wird. Durch
u wird die Höflichkeitsform Sie - sowohl Einzahl als auch Mehrzahl - ausgedrückt, u wird auch oft groß geschrieben.

Endet der Stamm auf ein /t/, dann wird in der zweiten und dritten Person Einzahl kein zusätzliches -t hinzugefügt:

praten: ik praat, je praat (praat je), hij praat
wachten: ik wacht, je wacht (wacht je), hij wacht

Die Endung -t der zweiten Person Einzahl fällt weg, wenn das Personalpronomen je/jij hinter der Verbform steht:

Vind jij het ook zo leuk hier?
Kom je niet mee?

Für das Reflexivpronomen je und das Possesivpronomen je gilt diese Regel nicht:

Je gedraagt je weer heel slecht, hoor.
Komt je vader elke dag op bezoek?

[zuletzt aktualisiert: 07.06.02] .......... © 1999-2002 Caasn | Post@Caasn.de