Niederländisch

Perfekt (= voltooid tegenwoordige tijd) und Plusquamperfekt (= voltooid verleden tijd)


Perfekt und Plusquamperfekt werden mit den Hilfsverben "hebben" oder "zijn" und dem Partizip Perfekt gebildet. Beim Perfekt steht das Hilfsverb im Präsens, beim Plusquamperfekt steht es im Präteritum.

Bsp.:

Perfekt Plusquamperfekt
Ik ben gekomen.

Ik heb gedronken.

Ik was gekomen.

Ik had gedronken.

Die meisten niederländischen Verben bilden das Perfekt mit dem Hilfsverb "hebben".

Bsp.:

Ik heb een glas bier gedronken.
Zou Henk deze film wel gezien hebben?
Had hij de leraar wel goed begrepen?

Ausnahmen sind:

[zuletzt aktualisiert: 07.06.02] .......... © 1999-2002 Caasn | Post@Caasn.de