Perfekt (= voltooid tegenwoordige tijd) und Plusquamperfekt (= voltooid verleden tijd)
Perfekt und Plusquamperfekt werden mit den Hilfsverben "hebben" oder "zijn" und dem Partizip Perfekt gebildet. Beim Perfekt steht das Hilfsverb im Präsens, beim Plusquamperfekt steht es im Präteritum.
Bsp.:
Perfekt Plusquamperfekt Ik ben gekomen. Ik heb gedronken.
Ik was gekomen. Ik had gedronken.
Die meisten niederländischen Verben bilden das Perfekt mit dem Hilfsverb "hebben".
Bsp.:
Ik heb een glas bier gedronken. Zou Henk deze film wel gezien hebben? Had hij de leraar wel goed begrepen? Ausnahmen sind:
- Intransitive (= onovergankelijke) Verben, die eine Ortsveränderung oder die Änderung eines Zustandes ausdrücken:
Toen zijn Monique en Kees naar huis gegaan.
Vandaag is Sander naar Brussel gereden.
De twee dieven zijn ontsnapt.
Onze oude buurvrouw is gestorven.
- "blijven" und "zijn"
Sander is hier tien weken gebleven.
Mijn vriend is gisteren de hele dag in Antwerpen geweest.
- "slagen" und die unpersönlichen Verben "blijken", "gebeuren", "geschieden", "(ge)lukken", "mislukken" und "voorvallen"
Ik ben erin geslaagd.
Wat is er gebeurd?
Hoe is dat geschied?
Het is mij tenslotte toch nog gelukt.
- beginnen", naderen", tegenkomen" und oversteken" sowohl im transitiven als auch im intransitiven Gebrauch:
Hij is dat werk pas begonnen. (transitiv)
Wie is er begonnen? (intransitiv)
Jan is de straat overgestoken. (transitiv)
Wanneer is hij overgestoken? (intransitiv)
- vergeten" in der Bedeutung von nicht mehr wissen"
Ik ben zijn naam weer eens vergeten.
Het resultaat van zijn tentamen ben ik vergeten.
In der Bedeutung versäumen etwas zu tun" kann auch hebben" vorkommen:
Ik ben/heb vergeten die brief te posten.
Dat ben/heb ik vergeten.
- intransitive Verben der Bewegung, wenn eine Richtung angegeben wird:
Hij loopt naar de markt. - Hij is naar de markt gelopen.
aber:
Hij loopt op de markt (rond). - Hij heeft op de markt (rond) gelopen.
[zuletzt aktualisiert: 07.06.02] .......... © 1999-2002 Caasn | Post@Caasn.de